Ik moet weg, kun jij straks voor mij uitklokken?

Een productiemedewerker verlaat zijn werk tot tweemaal toe te vroeg en laat een collega met zijn pasje uitklokken. Twee weken later wordt hij op staande voet ontslagen omdat hij aldus op grove wijze zijn plichten heeft veronachtzaamd. In de ontslagbrief wordt dit fraude genoemd waardoor de medewerker het vertrouwen van de werkgever onwaardig is geworden. Bij de rechter blijkt het allemaal wat genuanceerder te liggen. 

De medewerker had al bij het ingaan van het nieuwe dienstrooster met zijn leidinggevende besproken dat hij op sommige dagen een half uur eerder naar huis moest om zijn kinderen op te vangen. Dat was geen probleem. Hij heeft zich beide keren afgemeld bij de assistent teamleider. De collega had de pas geleend omdat diens eigen pas niet goed werkte en hij daar geen eten mee kon halen. Daarom kon de medewerker niet zelf uitklokken.

Tijdens de zitting geeft een productiemanager aan dat het dagelijks voorkomt dat medewerkers onjuist of helemaal niet uitklokken. Dan wordt achteraf gevraagd naar de reden en worden eventueel de geregistreerde uren handmatig aangepast. Er is verder niemand op staande voet ontslagen wegens onjuist uitklokken.

In geval van fraude moet er sprake zijn van bedrog met als doel het zichzelf of een ander bevoordelen. Gezien het bovenstaande zijn daarvoor geen aanwijzingen. Daarom is er geen sprake van een dringende reden voor het ontslag op staande voet. Het ontslag is niet rechtsgeldig gegeven.

Een poging van de werknemer om de billijke vergoeding op twaalf maandsalarissen plus toeslagen te laten vaststellen, faalt. Wel stelt de rechter vast dat de werkgever de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang heeft opgezegd zonder dat hij daarvoor een dringende reden had. Daarmee staat vast dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De werknemer is immers ten onrechte geconfronteerd met de situatie dat hij van de ene op de andere dag zijn arbeidsovereenkomst en daarmee zijn loon heeft verloren, terwijl hij reeds dertien jaar bij de werkgever werkte. Bovendien had hij een onberispelijke staat van dienst. Maar inmiddels heeft hij al wel ander werk.

De rechter kent aan de medewerker een billijke vergoeding toe van € 5.000, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van ruim € 12.000 en, omdat van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer geen sprake is, een transitievergoeding van ruim € 17.000.

Let op: De werknemer heeft al een andere baan. Toch betaalt de werkgever flink voor miscommunicatie binnen zijn managementlagen. Zorg er als werkgever voor dat u de feiten volledig boven tafel krijgt, voordat u besluit tot ontslag op staande voet.

Gepost in: